Pedagogisch project van De Klimop Schepdaal

 

 

1. GEGEVENS M.B.T. DE SITUERING VAN DE ONDERWIJSINSTELLING.

 

1.1. Onze basisschool behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. De inrichtende macht is de gemeente Dilbeek. In de school en voor alle contacten met de school is het Nederlands de voertaal.

 

1.2. Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van de ouders is. De vrije keuze van cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer is gewaarborgd. Ouders, die op basis van hun eigen religieuze of morele overtuiging fundamentele bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen, kunnen zich beroepen op de wettelijke regeling ter zake.

 

1.3. Als dorpsschool werken wij nauw samen met de lokale gemeenschap (met sportverenigingen, socio-culturele verenigingen, de parochie, met ...).

 

2. LEVENSBESCHOUWELIJKE UITGANGSPUNTEN.

 

2.1. Ons gemeentelijk onderwijs wil mensen vormen die in de samenleving van morgen ten volle hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen tegenover zichzelf en tegenover de gemeenschap. Mensen die bekwaam zijn en in staat hun bekwaamheden voortdurend aan de eisen van de tijd aan te passen.

 

2.2. In ons pedagogisch project voeden wij de kinderen zo op dat zij, zonder afbreuk te doen aan hun fundamentele vrijheden en rechten, in staat zijn niet alleen hun persoonlijke belangen maar ook de collectieve belangen van alle mensen te verdedigen in dienst van de gemeenschap. Een gemeenschap die democratisch en pluralistisch is en waarin de kinderen van vandaag MORGEN zullen leven en werken als volwassenen. Zij zullen dit doen in een geest van verdraagzaamheid, van eerbied voor de opvatting van anderen.

 

2.3. Ieder kind wordt gewaardeerd in zijn eigen kennen en kunnen.

 

3. DOELEN VAN DE SCHOOL.

 

3.1. Onze school als leefgemeenschap

3.2. Onze school als leergemeenschap

 

3.1. Onze school als leefgemeenschap

 

Als basisidee willen we als gemeenschap werken (en elkaar ondersteunen in het werken) aan:

a. Een waarden-volle school:

·      samenwerking: door de lln. in de klas op regelmatige tijdstippen te verplichten om in groep samen te werken - door in de lessen de competitiegeest op een gezonde wijze te beleven en meer de nadruk te leggen op de sociale waarden (lessen L.O.: samen sporten)

·      eerlijkheid en rechtvaardigheid: elkaar rechtvaardig behandelen in het oplossen van ruzies, misverstanden en conflicten, quoteren van leerlingen, straffen en belonen van leerlingen

·      respect en waardering: voor elkaar (pesten en plagen), voor zichzelf (je eigen "eigenheid" aanvaarden), voor materiaal (ordelijk bewaren - zorg dragen), voor het werk van anderen (onderhoudspersoneel), beleefdheid in woord en daad

·      luisterbereidheid, openheid, inspraak: keuzes maken in een open sfeer, in conflictsituaties tussen leerlingen onderling gesprekken zo leiden dat er probleemoplossend gewerkt wordt, tijd maken voor persoonlijke gesprekken, bereidheid tot luisteren en openstaan voor andermans mening

·      vertrouwen en zelfvertrouwen: gebaseerd op en te bereiken via positieve feedback

·      verdraagzaamheid: alle participanten op gelijke voet aanvaarden en respecteren

·      liefde voor elkaar

·      vergevingsgezindheid: elkaar steeds weer opnieuw kansen geven

 

b. Een school met een open-school-sfeer:

Een "open-school" zijn, zien we op niveau van ons publiek:

·      gastvrij zijn voor iedereen, we willen nieuwe leerlingen op een gepaste wijze opvangen, onthalen en begeleiden

·      gastvrij zijn naar ouders toe: op regelmatige tijdstippen geven we de kans aan de ouders om (letterlijk) de school binnen te stappen

·      vergelijken en respecteren van de leefwereld van de leerlingen met die van anderen uit andere culturen

 

c. Een levende school

Met een levende school bedoelen we een gemeenschap van mensen die zich durft engageren om dieper te gaan, of in te spelen, op andere dan louter "onderwijsgerichte" activiteiten.

Dit vertaalt zich in het werken aan een:

·      Sportactieve school: deelname aan de "SVS-acties", organiseren en meewerken aan intra- en extra-muros activiteiten, waarborgen van 2 lestijden bewegingsopvoeding voor alle leerlingen.

·      Creatieve school: de ontwikkeling van expressieve en creatieve mogelijkheden, het inplannen van les- en klasoverschrijdende creatieve momenten in de schoolplanning.

·      Cultuurschool: organiseren van of deelnemen aan culturele activiteiten zoals film, theater, poppenkast, tentoonstellingen, kunstenaars (ambachtslui) uitnodigen op school, kinder- en andere feesten vieren, werken en verwerken van bezoek aan boerderij, tentoonstelling, ...

·      Gezonde school: aandacht hebben voor alle aspecten van de "gezondheid" van leerlingen, het snoepen op school tot een minimum beperken, gezonde speelomgeving, oog hebben voor hygiëne en orde, de leerlingen milieubewust maken en deze gedachte in de praktijk omzetten (nette speelplaats - afval beperken en sorteren - vervuiling observeren en voorkomen), rustige werk- en leersfeer waarborgen, stressfactoren tot een minimum herleiden, ...

 

d. Een kind- en milieuvriendelijke school

In onze schoolse mini-samenleving willen we het kind "centraal" stellen.

Wij opteren ook voor de prioriteit "het kind moet zich goed voelen" in de school.

Daarom willen we vooral op volgende vlakken de eigenheid en de leefwereld van onze leerlingen niet uit het oog verliezen:

·      De infrastructuur (speelplaats, lokalen, klashoekjes, refter ...).

·      Het deskundig begeleiden van de lln. in de klas, op de speelplaats, in de gangen …

·      Oog hebben voor het belang van de verkeersveiligheid van de leerlingen.

·      Het correct beoordelen, objectief evalueren van de leerlingen.

·      Oordeelkundig en pedagogisch verantwoord geven van huistaken en lessen.

 

3.2. Onze school als leergemeenschap

 

De totale ontwikkeling van het kind:

 

De intellectuele ontwikkeling

            .De in de eindtermen en in het leerplan voorgeschreven einddoelen verwezenlijken.

            .De vloed van informatie leren verwerken.

            .Het ontwikkelen van verantwoordelijkheidsbesef en kritische zin.

            .Het bieden van wereldgeoriënteerd onderwijs aansluitend bij de realiteit

            (realistisch onderwijs)

            .Stimuleren en begeleiden tot creatief denken en handelen.

 

De lichamelijke ontwikkeling

            .Zowel het "leren bewegen" als het "bewegend leren".

            .De leerlingen bewust maken van het idee "een gezonde geest in een

            gezond lichaam".

            .De leerlingen aanmoedigen om aan sport te doen.

            .We trachten de leerlingen en de ouders te overtuigen van goede eetgewoonten,

            gezonde ontspanning …

 

De sociale ontwikkeling

            .Leren in groep samenwerken.

            .Verantwoordelijkheid opnemen voor afgesproken taken (de klas proper houden,

            planten verzorgen, schriften van zieke leerlingen bijhouden …)

 

De affectieve ontwikkeling

            .Gevoelens zijn eigen aan de mens, omgaan met en praten over emoties zijn dingen

            die geleerd en gerespecteerd moeten worden.

            .Gesprekken met kinderen ernstig nemen.

            .Organiseren van kringgesprekken.

            .Aanleren van gesprekstechnieken (ik-boodschap). Leren actief luisteren naar elkaar

            en de mening van anderen leren appreciëren.

 

De geestelijke ontwikkeling

            .We leren eens iets goeds te vertellen over elkaar.

            .Bewondering en verwondering leren en durven uitspreken (vb. over elkaars werken,

            tekeningen, opstellen ...). Aanmoediging is de beste motivatie.

            .Regelmatig stil staan bij zichzelf omtrent de eigen manier van leven.

            .De lessen godsdienst en zedenleer als een levenshouding laten beleven.

 

 

4. PEDAGOGISCHE EN DIDACTISCHE WERKPUNTEN

 

Opdat zowel intellectueel sterke als zwakke leerlingen op hun niveau zouden kunnen leren en om het leren eigentijds te laten verlopen, stellen we een aantal kernbegrippen voorop:

 

·      Op geregelde tijdstippen zijn er evaluaties en toetsen.

·      Remediëren en differentiëren: door de klastitularis(sen) zelf, door de taakleerkracht.

·      Vernieuwing met het oog op verbetering.

·      Werken met gespecialiseerde lesgevers: taakleerkracht, bijzondere leermeester lichamelijke opvoeding, gespecialiseerde ambachtslui (een schilder, imker, boer, uitstap naar...).

·      Nauwe samenwerking met CLB ...